maandag 26 november 2012

Music Monday: Babel

Sinds ik mede dankzij moederlief Mumford & Sons ontdekte, is er geen houden meer aan. Ik ben fan! Het was dan ook reikhalzend uitkijken naar hun tweede cd en hun volgende passage in BelgiĆ« (naast Werchter, that is). En ja hoor, moi heeft kaarten voor hun concert op 28 maart. SCORE, zeggen ze dan.

Ik kan met volle trots meedelen dat ik hun eerste plaat volledig kan meezingen – waar examens letterkunde al niet goed voor zijn. De verwachtingen voor de doorgaans moeilijke opvolger Babel waren dan ook hooggespannen en uw trouwe dienares kan u dan ook meteen gerust stellen: ze worden zeker ingelost. 


Opener en titelsong ‘Babel’ vliegt er meteen stevig in en heeft alle potentieel om een hit te worden – nadat het (terechte) succes van eerste single ‘I will wait’ overgewaaid is. Met een religieuze titel wordt meteen duidelijk gemaakt waarover de teksten zullen gaan. En inderdaad, Marcus Mumford verwijst hier en daar naar de Bijbel en andere spirituele toestanden, vaak om te kunnen vertellen over de liefde. Lyrics over liefde scoren nu eenmaal en zo ook in het prachtige ‘Lover’s eyes’: ingetogen maar toch grijpt het naar je keel. Hetzelfde vinden we in ‘Where are you now’ (enkel op de deluxe-editie, met nog twee bonustracks), over iemand die zich afvraagt of zijn verloren (ge)liefde nog aan hem denkt. Wederom een gevoel dat iedereen wel kent. 

‘Ghosts that we knew’ is een wondermooie song over – opnieuw – de liefde. Meer bepaald over een koppel dat zich aan elkaar vasthoudt in moeilijke tijden. Als luisteraar krijg je zin om Mumford te troosten, zeker wanneer hij breekbaar “just promise me we’ll be allright” zingt. Het veelbesproken ‘Lover of the light’ als liedje van de nieuwe cd heeft die titel met recht gekregen: tussen een rustig(er) begin en eind rockt het gewoon. Laatste nummers van het album, ‘Below my feet’ en ‘Not with haste’ komen verrassend uit de hoek. Bij een eerste luisterbeurt blijven ze niet zo hangen als eerder besproken liedjes, maar na een tijdje worden ze geapprecieerd. Ook op Sigh no more staan er zulke verborgen mooiheden, zoals ‘Awake my soul’. 


Zelfs wie meer fan is van muziek uit de jaren 60 haalt ook zijn hart op aan deze plaat: op de deluxe-editie staat er een cover van niemand minder dan Simon & Garfunkel, namelijk ‘The boxer’. Jerry Douglas versterkt hier het vakwerk van Mumford & Sons, wat resulteert in een meer dan geslaagde cover – waar nochtans quasi niets aan veranderd is. Het kenmerkende aan Mumford & Sons – als je zoiets al kan bepalen – komt (gelukkig) terug op Babel. De stem van Marcus is nog steeds even herkenbaar (doch iets vermoeider dan op Sigh no more), de banjo’s tieren welig en de meerstemmigheid steekt af en toe de kop op. De plaat is geen meesterwerk maar een meer dan waardige opvolger voor hun geniale debuut. Een parel als ‘Dust bowl dance’ (aanrader!) staat er echter niet op – of ondergetekende moet hem nog ontdekken.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

I'd love to hear what you think, dus laat gerust een berichtje achter!